In 1734, 276 jaar geleden werd de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand te Nederokkerzeel gebouwd. Ze staat in de hoek van de Onze Lieve Vrouwstraat,de Laarstraat en de Casimierstraat op de wijk Laar. Het 275 jarig bestaan werd gevierd met een openluchtmis aan de kapel op zaterdag 13 juni 2009, waarin Pater Jan, de parochiepriester in Nederokkerzeel voorging.

De feestgids van zondag 10 juni 1934 ter gelegenheid van de "Luisterrijke Mariafeesten ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de kapel O. L. Vr. van Bijstand te "Laer" gaf de volgende ontstaansgeschiedenis van deze kapel: " Volgens de oude Kronijken van de St. - Michiels Abdij van Antwerpen, die hier te Nederokkerzeel een afhankelijkheid bezat, namelijk de "Heerlijkheid van List", heerschte op de parochie, rond de jaren zeventienhonderd in de twintig een "quade ziekte", waarschijnlijk de vreeselijke choleraplaag. De geesel maakte zeer vele slachtoffers in de kom van het dorp; het gehucht "Laer" werd gespaard. Door de aloude volksoverlevering vernamen wij dat door de inwoners van het verder afgelegen gehucht Laer, breede en diepe grachten werden gegraven. De inwoners van het dorp mochten die grenslijn niet overschrijden. Hulp werd echter door de niet-aangetaste bevolking verleend en daartoe werden van de overkant (Laer) levensmiddelen, kleedingstukken, enz., met lange staken den besmetten kant toegestoken. O.L.Vrouw van Bijstand werd vurig aanroepen. Met
betrouwen smeekten de "Laerenaren" de machtige Hemelmoeder hun van de verschrikkelijke ziekte te sparen. Wat gebeurde. Vandaar de oprichting dezer thans nog bestaande kapel. De kapel werd gebouwd in het jaar 1734 met witte steen uit de streek en heeft gekost de som van 300 gulden. Twee passende opschriften, chronogrammen genoemd, waarin het jaarcijfer
1734 voorkomt, versieren het gebouwtje. Buiten op het geveltje:

MARIA WILT NEDEROCKERZEEL UWEN BIJSTANT GEVEN 1734 Onder het altaartje:
EER DAT GHIJ VAN HIER WEGH VERTRECKT WEEST GEGROET - MARIA SPRECKT
waarin nog het jaartal 1734 voorkomt.
Het Lieve Vrouw beeldje dagteekent volgens het oordeel van bevoegde deskundigen van rond de jaren 1500. Het is een meesterstuk der beeldhouwkunst. De kapel werd ter gelegenheid van haar tweehonderdjarig bestaan door de toegewijde zorgen van de inwoners van Laar, prachtig hersteld. Het eiken madonnabeeldje werd, onder de kundige leiding van
Kanunnik Lemaire meesterlijk geschilderd door kunstschilder Oscar Algoet, van Leuven" (1). Tijdens de nacht van 12 op 13 mei 1975 werd het beeldje uit de kapel gestolen. Het altaartje, dat van de jaren 1800 dateert en 1.42 m. bij 80 cm. meet, werd onbeschadigd achtergelaten. Alles wees erop dat men hier met kenners te doen had (2). Navraag bij buurtbewoners leerde ons, dat toenmalig pastoor D. Decock (1971-1984) ervoor zorgde, dat er een vervangend beeldje kwam. Dit kunstwerk was van de hand van Albert Willems (+2003), die ook het grote kruis, rechts in de parochiekerk (zijde Sint-Jozefsaltaar), herstelde. Het Mariabeeldje sneed hij - volgens onze zegslieden - uit lindehout, afkomstig van de zes lindebomen die voor de kerk stonden. Deze moesten indertijd wegens ziekte worden omgehakt. Bedoeld beeldje siert nog steeds de kapel van Laar en past wonderwel in het barokke altaartje. Jammer, dat de letters eronder: "Eer dat gij van hier wegh vertreckt Weest gegroet - Maria spreckt" bijna onleesbaar zijn geworden. De restauratie wordt noodzakelijk.

Lieve Boone gaf ook haar eigen herinneringen weer: "De kapel van Laar is de kapel waaronder `den Tèppe' of `Jef van Bekker' (Jozef Buelens) als hij 's nachts terugkwam van een zeer late repetitie of teerfeest van de fanfares waarbij bij speelde - alvast de fanfare van Kwerps, maar ik denk ook die van Berg- zich op zijn achterwerk zette onder één van de kapellekesbomen, fantastische grote kastanjelaars, zijn bugeltje vast nam en alle mogelijke 'èrrekes' (walsen, polka's, mazurkas, marchen) begon te spelen tot in de vroege
uurtjes. Hij heeft mij dikwijls wakker geblazen en waarschijnlijk heel de buurt, tot groot ongenoegen van zijn Marie, maar ik vond dat heel tof. Van onder de wol kunnen luisteren naar zulk een nachtelijk concert. Zijn openluchtconcerten klonken gewoon hemels. Ik heb er ettelijke keren ontzettend van genoten en het mag gezegd worden `den Tèppe' kon er wat van. Hadden we `den Tèppe' niet gehad, dan waren we heel wat 'volksmuziekskes' armer geweest en had er zelfs geen revival van de plaatselijke volksmuziek plaats gehad. Mijn moeder Lisse Peremans vertelde dat er in haar kinderjaren niet 2 maar 4 kastanjelaars stonden, twee voor de kapel en twee erachter" (3).

(1) Met dank aan Lieve Boone en Marcel Goolaerts voor de bezorgde gegevens.

(2) J LAUWERS. Nederokkerzeel en zijn voormalige priorij van List, 1979, p.141.

(3) Mededeling Lieve Boone, 16 juli 2009